verkiezingscolumn
Lees hier de columns van:
De mens is niet veranderd. Alleen de maatschappij om hem...
De Nederlander van 2010 kent meerdere huidskleuren ,tradities, culturen en religiën en ja, zelfs andere soorten namen. Niet alleen Jan, Piet en Kees maar ook Hassan, Mohammed en Ali komen veel in het bevolkingsregister voor.
De religieuze Nederlander van 2010 is niet alleen meer christen of jood,maar ook islamitisch of boeddhistisch of gelooft in `iets`. Wat ons gelijkwaardig maakt is dat wij allen, zonder een religie erbij te halen, dezelfde, universele normen en waarden hebben. Wij, Nederlanders willen allemaal hetzelfde, voor onszelf, voor onze kinderen, naasten, wijk, stad en land. Een goede gezondheid voor iedereen, onze kinderen die een leuke zorgeloze jeugd doormaken, goede scholen voor alle jongeren en passend werk voor iedereen, een veilige, gezellige en groene woonomgeving? iedereen wenst dit.
Nederlanders en nieuwe Nederlanders krijgen steeds meer het besef dat het land uit onze kinderjaren, niets anders is dan een mooie, warme, nostalgische gedachte. Wij krijgen steeds meer het besef dat wij langzaam in een nieuwe, kleiner geworden wereld wakker worden. Met vreemde mensen, met vreemde gewoontes, tradities, culturen en religiën. We bevinden ons midden in een vreemd proces waar niemand grip op schijnt te krijgen. Graag zou ik tegen iedereen willen zeggen: `Welkom in het Smeltkroesproces!`
Dit Smeltkroesproces zien we vooral terug in onze westerse wereld. De Europese landen die ooit gewend waren om avontuurlijk de wereldzeeën te bevaren en nieuwe werelden te ontdekken vol met uitdagingen, rijkdommen en kennismaking met vreemde mensen, zijn nu zelf ontdekt door misschien wel de nazaten van diezelfde vreemde mensen van weleer.
Wij zijn met z`n allen maar een heel klein onderdeel van iets groots. namelijk, het samenkomen van vele volkeren in Europa. Mensen over de hele wereld zijn zich onbewust aan het verenigen in Europa en ook Nederland ontkomt hier niet aan. Mensen met allerlei doelstellingen en behoeften, de een is op zoek naar vrede,rust en een beter bestaan de ander is op zoek naar werk, avontuur en/of rijkdom.
Helaas kunnen er ook wrijvingen en zelfs confrontaties ontstaan tussen individuen, groepen of rassen die te dicht op elkaar wonen. Dit gebeurt wanneer de oorspronkelijke bewoners de vreemdeling niet accepteert totdat de vreemdeling zich schikt aan de zogenaamde bestaande normen en waarden of totdat de vreemdeling zich totaal assimileert. Aan de andere kant botst het ook wanneer de nieuwkomer alleen de lusten maar niet de lasten wil dragen en dus verder geen moeite wil doen om zich aan te passen in het nieuwe land waarin hij/zij zich bevindt. Aanpassen-aan en meedoen-in de nieuw ontstane maatschappij geldt voor iedereen.
Maar, er zijn ook veel mensen die wel willen, maar het niet zo snel kunnen als anderen. Bijvoorbeeld vanwege een gezonde angst voor al het vreemde zodat het wat meer tijd kost om te wennen aan al het nieuwe om zich heen, of vanwege de taalachterstand of een te laag niveau van opleiding of een gebrek aan een netwerk van vrienden en kennissen waardoor er uitsluiting dreigt.
In ons huidige Nederland zou je mensen in drie groepen kunnen verdelen. Twee ietwat bange, naar binnen gekeerde groepen en een groep die de uitdaging van een nieuwe wereld zonder vrees wel wil aangaan.
In de eerste groep zitten bijvoorbeeld mensen die bang zijn om hun land,hun ?joods christelijke? normen en waarden en verworven rechten, te verliezen aan de vreemdelingen. In de tweede groep zitten mensen die bang zijn om te integreren,want dat staat voor hen gelijk aan assimileren. Zij zijn dagelijks bang dat zij hun meegebrachte taal,tradities, gewoontes en religie kwijt zullen raken. Zij herkennen zich niet meer in hun kinderen. De mensen van deze twee groepen hebben over het algemeen een negatief beeld als het gaat over de huidige maatschappij.
De derde groep bestaat uit mensen die niet bang zijn. Deze mensen kijken niet naar kleur en vragen niet naar ras of religie. Zij zijn zich bewust van het feit dat mensen niet gelijk zijn, wel gelijkwaardig! Zij respecteren elkaars verschillen in tradities, cultuur, religie en afkomst. Zij zijn zich bewust van, en accepteren de realiteit van een permanent veranderde wereld en maatschappij.
Zij bekijken het smeltkroesproces vanuit de positieve kant en ziet het proces vooral als een uitdaging. Zij zijn zich bewust van het feit dat niemand het smeltkroesproces kan tegenhouden, maar ze willen het wel helpen sturen, ondersteunen en begeleiden. Om te zorgen voor het verdelen van welvaart, woningen, werk en zorg, zodat er zo min mogelijk wrijvingen kunnen ontstaan tussen al deze groepen.
Bewust of onbewust zijn we daar eigenlijk allemaal al jaren mee bezig. De mensen zelf, de gemeente, het Rijk, de politiek, professionele organisaties en zelforganisaties etc. Helaas loopt nu loopt alles door elkaar heen, de een weet niet wat de ander doet, zonder visie, zonder doel. En wie staat er op tegen mensen of politieke partijen die alleen maar nostalgie, egoïsme, verdeeldheid en haat willen zaaien om er zelf beter van te worden. Als het land totaal ontspoord terug naar de donkere middeleeuwen is geworpen zullen ze gewetenloos altijd hetzelfde zeggen, namelijk, dat zij het misschien toch anders hadden moeten aanpakken.
Wie gaat er nu eindelijk eens opstaan om deze onrealistische en idiote beloftes te ontmaskeren die door de bovengenoemde mensen en politieke partijen worden gepredikt? Waar willen we met zijn allen zijn over twintig jaar?
Hoe herpositioneren wij onze denkwijze en daardoor onszelf, onze wijk, onze stad, ons land?Hoe herpositioneren wij ons Nederland in Europa en die weer tegenover de opkomende economische grootmachten in Azië?
Wie hakt er eindelijk eens knopen door en bepaald de koers? Wie durft? zodat we samen in een gezonde economie, in vrede en vrijheid, zonder vrees voor elkaar, met volle overtuiging, kennis en kracht, de toekomst tegemoet zien.
Het is D66 die als eerste opstond tegen de haatprediker.
Het is D66 die de meest positieve en realistische partij is.
Het is D66 die zich volledig bewust is van het smeltkroesproces.
Het is tijd voor leiding, het is tijd voor D66.
Door Ali Tsouli, no. 7 op de kandidatenlijst van D66 Breda
Burgerinitiatief: `Uit vrije wil`
Inmiddels hebben in een paar dagen tijd meer dan 60.000 Nederlanders via internet laten weten het burgerinitiatief `Uit vrije wil` te steunen. Het komt er op neer dat de initiatiefnemers stervenshulp aan ouderen die hun leven voltooid achten, willen legaliseren en op de politieke agenda geplaatst willen krijgen.
Dat ook veel D66?ers zich achter het initiatief scharen, onder wie de voormalige bewindslieden Jan Terlouw en Els Borst, zal niemand verbazen. D66 is bij uitstek een partij die burgerinitiatieven steunt en zelfbeschikkingsrecht hoog in het vaandel heeft staan, ook waar het gaat om gevoelige onderwerpen.
Het genoemde initiatief is uiterst actueel. Nog nooit werden mensen zó oud. Maar de ouderdom komt, vroeg of laat, met gebreken. Met ?gebreken? kunnen ouderen tot op zekere hoogte leren leven. Maar er is wat veel ouderen betreft ook een grens aan. Zij willen niet grotendeels afhankelijk worden van zorgverlening door derden en zeker niet in een woon- en zorgomgeving die ze nog verder medicaliseert.
Afhankelijkheid impliceert dat je de regie kwijtraakt over je leven en dat anderen bepalend zijn/worden voor je welzijn en gevoel van welbevinden. Het gaat om die groep senioeren die nog volop beschikt over zijn en haar verstandelijke vermogens, maar die aan den lijve ervaart dat het lichaam niet meer meewil.
In dat opzicht is een nieuwe generatie ouderen opgestaan. De sector verpleeg- en verzorgingshuizen (V&V) weet daar alles van. Verzorgingshuizen in verouderde panden kennen steeds meer leegstand. Er wordt in die sector daarom druk verbouwd om de wooneenheden aan te passen aan de woonwensen van ouderen. Want niet het aanbod, maar de vraag is leidraad geworden. Gelukkig maar.
Ook Breda kent een vergrijzende bevolking. Over het algemeen blijken gebruikers van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), waarvan de uitvoering ligt op het bord van de gemeente Breda, tevreden over de geboden kwaliteit.
D66 Breda maakt zich in haar verkiezingsprogramma hard voor het behoud van de huidige indicatiebezoeken in het kader van de wet WMO. Ook wil D66 dat mantelzorg méér en beter wordt gefaciliteerd en dat de professionele zorg, ondanks schaalvergroting, kleinschalig wordt georganiseerd.
Want te allen tijde moet voorkomen worden dat ouderen hun zin aan en in het leven verliezen als gevolg van haperende zorgverlening.
Mieke Nuijen, dochter van 90 jarige ouders, no. 12 op de kieslijst van D66 Breda
Duurzaam Breda
Duurzaamheid staat de laatste jaren hoog op de agenda en dat geld ook voor D66. Duurzaamheid gaat over ruimtegebruik, mobiliteit, wonen en groen. Ik denk dat we Breda alleen duurzamer kunnen maken met mensen als u en ik, de bewoners van Breda. Duurzaamheid is niet enkel en alleen een begrip maar is onze eigen verantwoordelijkheid.
Breda is een stad die groeit daarom moeten we de ruimte die we hebben verstandig gebruiken. Bedrijventerreinen dienen daarom zo goed mogelijk te worden benut. Geen verdere uitbreiding van deze gebieden. Hiermee voorkomen we een verdere aantasting van het landschap door "lelijke dozen". Ook het verwijderen of verplaatsen van bedrijventerreinen uit het centrum van de stad is belangrijk om hier woningbouw te kunnen ontwikkelen. Ik denk dat de ruimte binnen de gemeentegrenzen van de Breda nog beter kunnen benutten. Een compacte stad is een duurzame stad!
Een compacte stad vraagt om een goede voorziening van het openbaar vervoer. Ook het verminderen van de verkeersdruk door auto is noodzakelijk, parkeren aan de randen van de stad en busverbindingen om het centrum te bereiken. Maar ik denk hierbij ook aan een kosten en tijdvoordeel bij het gebruik van de fiets voor korte afstanden. Het vele openbare groen in Breda maakt fietsen ook de moeite waard.
D66 kiest ook voor een duurzame verbetering en ontwikkeling van buurten en wijken. Op dit moment gebeurt dit naar mijn idee te weinig. Vooral bij nieuw te ontwikkelen gebieden zoals bijvoorbeeld het CSM terrein en Havenkwartier kunnen we niet om het begrip duurzaamheid heen. Voor welke innovatieve duurzame ontwikkelingen kiezen we?
Met duurzaam bouwen belasten we het milieu zo min mogelijk. Milieuvervuiling wordt voorkomen door het gebruiken van duurzame materialen en het hergebruiken van materialen. Dit is hoe onder andere het principe van Cradle to Cradle werkt. Daarnaast zullen we energie moeten besparen. Niet alleen door dit te compenseren met duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie, maar door er naar te streven een gebouwde omgeving te realiseren die energieneutraal is. Dit betekent het terug brengen van het fossiele energieverbruik van zowel woning- als utiliteitsbouw, in bestaande bouw en nieuwbouw. Daarbij hoort ook de energiehuishouding op wijk- of gebiedsniveau, van energiezuinige straatverlichting tot duurzame lokale energieopwekking.
Ook collectief particulier opdrachtgeverschap is hierbij ook van groot belang. De ontwikkelingen door dergelijke collectieven zorgt ook voor een enorme betrokkenheid van de bewoners bij de wijk en de openbare ruimte. Dit samen participeren bij nieuwbouwprojecten in de stad is een belangrijke bijdrage voor het behalen van een CO2 reductie van 30 procent in 2020, het duurzaam opwekken van 20% van de energiebehoefte. En daarnaast een halvering van het energiegebruik in de gebouwde omgeving in 2030.
Ik vind dat Breda niet achter kan blijven en mee moet doen om duurzame ontwikkelingen in de stad te stimuleren. Op het gebied van ruimtegebruik, het wonen en de openbare ruimte. Doen we dit niet dan hebben we echt iets laten liggen voor de toekomst.
Mark Wouters is bouwkundig ingenieur en ontwerper en no. 18 op de kandidatenlijst van D66
Stedelijke ontwikkeling? Anders, Ja!
De uiteindelijke bewoners moeten maximaal invloed krijgen op de manier waarop hun woonomgeving er uit komt te zien. D66 heeft afgelopen zaterdag een landelijk symposium gehouden over Duurzaam Wonen, waarin al deze thema?s naar voren zijn gekomen.
De meest directe vorm van bewonersparticipatie is het Particulier Opdrachtgeverschap (PO): vrije kavels voor grondgebonden woningen, vrijstaand, half vrijstaand of in een rij. Dit is vooral bedoeld voor kopers met al een wooncarrière en meer dan modaal inkomen. Waar steeds meer ruimte voor komt is het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO): een bewonersgroep met een gezamenlijk bouwvoornemen treedt op als mini ontwikkelaar. Geschikt voor alle denkbare woontypologieën en zelfs voor gemengde functies (kantoor-, horeca- en winkelfuncties in plint van gebouw en gezamenlijke parkeerkelder).
Afhankelijk van de opzet is CPO ook bereikbaar voor starters op de woningmarkt. Tenslotte bestaat nog het Mede Opdrachtgeverschap (MO): dit zijn de intelligente versies van bewonersparticipatie voor koopwoningen ontwikkeld door marktpartijen. Helaas zijn er voor huurwoningen nog weinig innovatieve concepten. D66 Breda gaat hierover met de woningcorporaties in gesprek.
D66 Breda heeft zich in haar verkiezingsprogramma uitgesproken voor meer ruimte aan bewonersparticipatie bij toekomstige bouwprojecten. Dat strookt geheel met onze visie: wij vertrouwen op de eigen kracht van mensen.
Frank Toeset is architect in Breda en is no. 25 op de kandidatenlijst
De kleine ondernemer in Breda
De stap van loonslaaf naar ondernemerschap gaat helaas van `au`. Er komt veel bij kijken en het ligt allemaal op één bordje: het jouwe.
Het schrijven van een ondernemingsplan, het bedenken van een naam, de onderneming inschrijven bij de Kamer van Koophandel, het aanvragen van een btw-nummer, het aanspreken van spaarcenten om een huisstijl te laten ontwikkelen en te drukken en de eerste investeringen te doen in inrichting en materiaal, zijn de eerste hobbels die moeten worden genomen. Maar er komt meer bij kijken.
De tragiek van veel startende ondernemers is dat ze vaak goed zijn in hun vak, maar weinig kaas hebben gegeten van de wijze waarop zij hun vakbekwaamheid aan de man of vrouw moeten brengen. Koude acquisitie, je diensten en/of producten aan onbekende afnemers slijten, vraagt een zeker talent, lef ook. En aan dat talent en lef ontbreekt het helaas veel verder goed gekwalificeerde startende ondernemers.
Het kunnen lezen van een balans, weten wanneer je wat moet investeren, niches in de markt weten te ontdekken en daar je marketing op richten, bereid en in staat zijn risico`s te nemen, een goede gezondheid- de 36-urige werkweek is voor een gemiddelde ondernemer echt niet weggelegd - zijn wat andere hordes die genomen moeten worden.
Veel startende ondernemers in de dienstensector beginnen vaak vanuit een werk- of logeerkamer thuis. Lopen de zaken eenmaal voorspoedig, dan wordt al snel omgezien naar een andere locatie. Zeker als er werknemers in vaste dienst worden aangetrokken of als het assortiment aan producten wordt uitgebreid.
De startende ondernemer merkt dan dat het moeilijk is om geschikte en betaalbare bedrijfs-, winkel- of kantoorruimte te vinden. Hij of zij wordt daarnaast geconfronteerd met wurg-leasecontracten, brandveiligheids- en arbo-eisen en krijgt zelf te maken met de lusten en lasten van personeel.
D66 Breda ziet het midden- en kleinbedrijf (MKB) als belangrijke motor voor de lokale economie. Het geschikt maken van bestaande locaties voor kleine ondernemers staat hoog op de aandachtspuntenlijst van de partij. Daarnaast wil D66 Breda dat de gemeente de investeringen in kenniseconomie en duurzaam ondernemen verhoogt.
Als ondernemer maak ik mij er namens de partij hard voor om deze ambities de komende raadsperiode te verwezenlijken. Ik weet wat startende ondernemers meemaken; waar ze doorheen moeten. In 1994 was ik zelf zo`n starter.
Mieke Nuijen, eigenaar van Cat`s huis bv voor communicatie in Ulvenhout en no. 12 op lijst 7 van D66 Breda
Onderwijs
D66 heeft onderwijs als een van haar belangrijkste thema’s in het programma staan. Logisch, want met goed onderwijs stimuleer je mensen om zich te ontwikkelen tot burgers die in staat zijn om voor zichzelf en voor elkaar te zorgen. Ofschoon ik er van overtuigd ben dat het voor iedereen belangrijk is dat hij z’n heel leven lang blijft leren, moeten we natuurlijk wel extra ons best doen voor kinderen en jongeren, ons kapitaal voor de toekomst.
Dat begint al tijdens de zogenaamde voorschoolse periode waarbij kinderen kennis maken met andere kinderen, andere ouderen en opvoeders, nieuwe ervaringen,woorden en ander gedrag. Allemaal zaken waarbij ze, meestal onbewust, zullen ervaren dat er verschillen zijn. Verschillen die het leven misschien wel wat ingewikkelder maken, maar vooral ook leuker en interessanter. Die je uitdagen om over je eigen grens te kijken.
Ik hoor u denken: dat hoort gewoon bij het leven, bij het ouder worden en bij het je ontwikkelen, maar toch kan het geen kwaad om weer eens stil te staat bij het feit dat onderwijs hierin een heel belangrijke stimulerende rol speelt. Daar worden immers structureel vragen gesteld, antwoorden gezocht, kennis overgedragen en worden er alternatieven getoond.
Het is dus van groot belang dat ons onderwijs kwaliteit heeft.
Kwaliteit op alle fronten waarbij het niet alleen over inhoud van lessen gaat maar ook over sfeer op een school en de verbinding tussen school en de andere sociale netwerken. Als je een goede schooltijd hebt als je jong bent zul je ook in je verdere leven met plezier willen blijven leren. Dan ga je niet alleen naar die cursus toe omdat je baas zegt dat het moet, nee, dan kies je enerzijds voor je eigen ontwikkeling maar tegelijkertijd kies je ook voor de organisatie waar je werkt.
Een mooi voorbeeld is een verhaal over mijn zoon. Hij leeft dit jaar als rugzaktoerist in Australie en moet daar uiteraard ook zijn geld verdienen. Hij gaat werken bij de UNHCR, een onderdeel van de VN waarvoor hij sponsors moet zoeken. Daarvoor is het nodig dat hij een training volgt waar hij vele feitelijke gegevens moet leren over de wereldwijde vluchtelingenproblematiek. Cijfers, migratiestromen, natuurrampen…. Haiti ligt nog wel vers in het geheugen, maar hoe zat het ook al weer met de tsunami? Met plezier volgt hij momenteel deze training. Natuurlijk vooral omdat hij het baantje nodig heeft om in zijn levensonderhoud te voorzien. Maar ook omdat hij geïnteresseerd is in deze informatie, het vergroot zijn kennis over de wereld en de mondiale problemen waarvoor wij in de komende decennia staan. En tot slot zal zijn werk er toe bijdragen dat er hulp geboden kan worden waar dat hard nodig is.
Ik ben blij dat mijn zoon in Breda heeft kunnen genieten van goed onderwijs en lever graag vanuit D66 mijn bijdrage om dat voor alle kinderen te realiseren, want het kan nog beter!
Marianne de Bie
kandidaat raadslid




word lid







